WVDM_nl 2018-01-23T11:18:12+00:00
Bruwatt
Modul'Air
Prio-Climat
RenoLab-C
WVDM

WVDM

Partners :  VUB-INFRA – VUB ae-lab

De Vrije Universiteit Brussel (VUB) streeft naar een duurzaam beheer van haar patrimonium [VUB 2011]. Een renovatie van de studentenwoningen in het hart van de universiteitscampus in Elsene, ontworpen door architect Willy Van Der Meeren tussen 1971 en 1973, vormt in die zin een bijzondere uitdaging. Deze woningen hebben een grote cultuurhistorische waarde [De Kooning 1997], maar vereisen ook een economisch haalbare en toekomstgerichte ingreep om hun energieperformantie te actualiseren.

Het voorgestelde Living Lab wil een concreet antwoord bieden op dit vraagstuk door innovatieve renovatiestrategieën uit te werken die vier verschillende aspecten in rekening brengen en wegen ten opzichte van elkaar, met name: energie, erfgoed, duurzaamheid en economie. Er wordt een projectteam samengesteld met twee projectpartners, die samen met experten en bouwbedrijven in onderaanneming de nodige theoretische expertise en praktische ervaring bezitten in elk van die aspecten.

Concreet zal het WVDM Living Lab starten met het definiëren van vier tot zes uiteenlopende renovatiestrategieën. In elke strategie zal ingezet worden op twee van de vier genoemde aspecten, om vervolgens de voorwaarden en effecten daarvan grondig te evalueren, zowel op korte als op lange termijn. Zo kan een focus op erfgoed en duurzaamheid zich bijvoorbeeld vertalen in een ontwerp waarbij ‘omkeerbaarheid’ centraal staat: de voorgestelde ingrepen zijn eenvoudig ongedaan te maken waardoor het erfgoed intact blijft en toekomstig hergebruik van materialen de milieu-impact minimaliseert. Na analyse zullen drie of vier innovatieve en relevante ontwerpalternatieven geselecteerd worden die elk effectief toegepast worden op een module van vier studentenkamers, samen zo’n 400 m².

Het voorgestelde Living Lab zal dankzij de analyses, bouw en monitoring (voor en na renovatie) een belangrijke meerwaarde en valorisatiepotentieel realiseren, niet alleen voor de overige gebouwen op de universiteitscampus, maar ook voor het omvangrijk naoorlogs patrimonium van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De voorgestelde strategieën en modellen zullen immers ook op deze gebouwen toepasbaar zijn.